Hoe zit met met de aansprakelijkheid?
Aspect
De eed afleggen als getuige voor de parlementaire enquete betekent dat je strafbaar ben als je niet de waarheid vertelt. Is iets verzwijgen dan ook strafbaar?
Ja, het opzettelijk verzwijgen van relevante informatie tijdens een verhoor onder eed is strafbaar.
Wanneer je als getuige voor een parlementaire enquêtecommissie de eed (of de belofte) aflegt, verplicht je jezelf om "de gehele waarheid en niets dan de waarheid" te zeggen. Dit betekent dat de waarheid opzettelijk achterhouden juridisch gezien gelijkstaat aan liegen.
Hier zijn de belangrijkste juridische spelregels:
Meineed door verzwijging
Het opzettelijk verzwijgen van feiten waar de commissie expliciet naar vraagt, of waarvan je weet dat ze essentieel zijn voor de waarheidsvinding, valt onder meeneed (artikel 207 van het Wetboek van Strafrecht).
-
Actief vs. Passief: Liegen is het actief geven van een onjuiste voorstelling van zaken. Verzwijgen is het passief achterhouden van de juiste voorstelling van zaken. Beide zijn strafbaar als er sprake is van opzet.
-
De grens: Je bent niet strafbaar als je iets simpelweg vergeten bent. Het strafbare element zit in de bewuste misleiding: je weet het wel, maar kiest ervoor het niet te delen om de commissie in het duister te laten.
Uitzondering: Het verschoningsrecht
Er is één belangrijke legale reden om te mogen zwijgen: het verschoningsrecht. Een getuige mag weigeren antwoord te geven als:
-
Het antwoord de getuige (of naaste familieleden) zou blootstellen aan het risico op een strafrechtelijke vervolging.
-
De getuige een wettelijk geheimhoudingsplicht heeft vanwege een beroep (zoals artsen, advocaten of notarissen).
Let op: Ambtenaren en (voormalig) ministers hebben ten overstaan van een parlementaire enquêtecommissie een zeer beperkt verschoningsrecht. Zij kunnen zich bijvoorbeeld niet zomaar beroepen op de 'staatsveiligheid' of 'politiek gevoelige informatie' om vragen onbeantwoord te laten.
Kortom: Als je onder eed staat, ben je verplicht om open kaart te spelen. Dingen bewust weglaten om de waarheid te verdraaien is net zo goed meineed als een regelrechte leugen, tenzij je een wettige reden hebt om je op het verschoningsrecht te beroepen.
Als leden van het OMT de regering fout hebben geadviseerd waardoor er onnodig burgers zijn overleden, wie is er dan aansprakelijk voor de schade?
De vraag naar aansprakelijkheid bij (achteraf gezien) foutieve adviezen van het Outbreak Management Team (OMT) die hebben geleid tot schade of overlijden, raakt een complex juridisch grensgebied tussen medische ethiek, staatsrecht en het civiele aansprakelijkheidsrecht.
In het Nederlandse rechtssysteem ligt de juridische aansprakelijkheid in nagenoeg alle gevallen bij de Staat der Nederlanden (de overheid), en niet bij de individuele leden van het OMT.
Hieronder staat hoe dit juridisch is geregeld en waar de knelpunten liggen.
1. De positie van het OMT: Adviseren versus Besluiten
De belangrijkste juridische scheidslijn ligt in het karakter van het OMT. Het OMT is een onafhankelijk adviesorgaan (formeel ondergebracht bij het RIVM) en heeft geen bestuurlijke of wettelijke macht.
-
Het OMT adviseert slechts: De leden wegen de wetenschappelijke en medische data van dat moment.
-
De regering beslist: Het kabinet (de ministers) neemt de uiteindelijke politieke en bestuurlijke besluiten (zoals lockdowns, sluitingen of vaccinatiestrategieën).
Omdat het OMT geen besluiten neemt, kunnen zij in beginsel niet direct aansprakelijk worden gehouden voor de maatschappelijke of fysieke gevolgen van het beleid. De minister is politiek verantwoordelijk voor het al dan niet overnemen van een advies.
2. Overheidsaansprakelijkheid (Onrechtmatige Overheidsdaad)
Als burgers schade hebben geleden (of nabestaanden schade claimen door het overlijden van een naaste) omdat de overheid verkeerde beslissingen heeft genomen op basis van een slecht advies, moet de Staat worden aangesproken op grond van onrechtmatige daad (Artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek).
Om de Staat succesvol aansprakelijk te stellen, moet aan een aantal zeer strenge criteria worden voldaan:
-
Schending van de zorgplicht: Er moet worden aangetoond dat de overheid (of het OMT als hulppersoon) niet heeft gehandeld zoals een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur of bestuurder in die specifieke situatie, met de kennis van tóen, had moeten handelen.
-
De 'Maatman'-toets: Achteraf oordelen met de kennis van nu is juridisch niet toegestaan. Als het OMT destijds adviseerde op basis van de op dat moment beschikbare (internationale) wetenschappelijke inzichten, is er juridisch gezien geen sprake van een 'fout', zelfs niet als die inzichten later zijn achterhaald.
-
Causaal verband: Dit is de grootste juridische drempel. De eiser moet onomstotelijk bewijzen dat het specifieke (foutieve) advies of overheidsbesluit de directe oorzaak is van het overlijden van de burger. Bij een pandemie (waarbij een virus zich autonoom verspreidt) is het causaal verband tussen een beleidsmaatregel en een individuele besmetting/overlijden juridisch bijna nooit waterdicht te bewijzen.
3. Zijn individuele OMT-leden persoonlijk aansprakelijk?
In theorie kent het Nederlands recht de mogelijkheid om een adviseur persoonlijk aansprakelijk te stellen als er sprake is van opzet, grove nalatigheid of bewuste roekeloosheid. In de context van het OMT is dit in de praktijk echter vrijwel uitgesloten:
-
Collectieve verantwoordelijkheid: Het OMT adviseert als collectief.
-
Wetenschappelijke onzekerheid: Tijdens een crisis (zeker in de beginfase) is er sprake van een 'buitengewone situatie' met grote wetenschappelijke onzekerheid. De rechter geeft adviseurs en bestuurders in zo'n situatie een enorme beleids- en beoordelingsruimte.
-
Immuniteit via de Staat: Omdat het OMT formeel door de overheid is ingesteld om haar bij te staan, worden eventuele fouten van zulke adviseurs (als 'hulppersonen') in de regel toegerekend aan de Staat zelf. De Staat vangt de claims op, niet de individuele wetenschapper.
4. Strafrechtelijke aansprakelijkheid?
Naast civielrechtelijke schadevergoeding wordt soms gekeken naar strafrechtelijke aansprakelijkheid (bijvoorbeeld dood door schuld). Ook dit is nagenoeg onhaalbaar.
Voor overheidsofficials en hun adviseurs geldt een zeer vergaande strafrechtelijke immuniteit (gebaseerd op het zogenaamde Pikmeer II-arrest van de Hoge Raad) wanneer zij handelen in het algemeen belang ter uitvoering van een exclusieve overheidstaak. Alleen bij extreme, evidente kwaadaardigheid of het bewust achterhouden van cruciale dodelijke feiten zou deze immuniteit kunnen wankelen, maar daarvan is bij reguliere (achteraf onjuiste) wetenschappelijke inschattingen geen sprake.
Samengevat
Als er onnodig burgers zijn overleden door verkeerd overheidsbeleid dat gebaseerd was op een falend OMT-advies, dan is de Staat der Nederlanden de partij die civielrechtelijk aansprakelijk gesteld moet worden. De individuele OMT-leden zijn persoonlijk beschermd, tenzij er sprake is van aantoonbare, bewuste sabotage of fraude. De juridische procedure tegen de Staat is echter extreem moeilijk vanwege de zware bewijslast rondom het causale verband en de beoordelingsruimte die de overheid krijgt tijdens een crisis.
Documenten
- 2021 11 28 Ginny Mooy NRC (pdf)
- 2021 12 03 FTM Onbetrouwbare modellen las overbouwing voor G2 (pdf)
- 20220216 VK OVV Overheid had geen oog voor de ouderenzorg (pdf)
- 20221212 report an analysis of the origins of covid 19 102722 (pdf)
- advies vws na omt 135 definitief (pdf)
- Biohazard FOIA Maryland Emails 11 6 20 Marion Koopmans (pdf)
- cold war weapon race pp36yost (pdf)
- smallpox next lab leak pdf (pdf)
Terug & verder bladeren: